Titerbepaling

Sinds een aantal maanden bieden wij in onze kliniek de mogelijkheid om een titerbepaling te laten uitvoeren bij uw hond. Door middel van een titerbepaling wordt de hoeveelheid antistoffen in het bloed van uw hond gemeten. Deze test kunnen we uitvoeren voor drie ziektes: parvo, distemper (hondenziekte) en hepatitis (besmettelijke leverziekte).

Via het standaard vaccinatieschema krijgt uw (volwassen) hond dit combinatievaccin eens in de drie jaar. Daarnaast adviseren wij jaarlijks te vaccineren tegen de ziekte van Weil (leptospirose) en de kennelhoest. Voor deze laatste twee ziektes bestaan geen titerbepalingen. Helaas zien we nog regelmatig uitbraken van deze aandoeningen, waardoor niet-vaccineren een erg hoog risico is voor uw hond. Bovendien is de ziekte van Weil een zoönose, waardoor het ook voor u besmettelijk is wanneer uw hond deze ziekte oploopt.

Antistoffen

Het voornaamste doel van vaccineren of het laten bepalen van de titer, is om uw hond zo goed mogelijk te beschermen tegen de besmettelijke ziektes. Een pup krijgt in zijn eerste levensweken antistoffen tegen deze virussen binnen via de moedermelk (maternale immuniteit). Naarmate uw pup ouder wordt, verdwijnen deze antistoffen geleidelijk aan uit het bloed. Gemiddeld gezien is de grootste hoeveelheid antistoffen verdwenen rond een leeftijd van 9 weken. Wanneer de moederhond niet goed gevaccineerd is, of zelf minder antistoffen heeft aangemaakt, geeft ze minder antistoffen door aan haar pups. Hierdoor zien we soms pups die op een leeftijd van 6 weken al te weinig antistoffen in hun lichaam hebben. Om die reden starten we met vaccineren op een leeftijd van 6 weken tegen distemper. Op 9 en 12 weken worden de vaccinaties volgens schema afgerond. Optioneel kan de kennelhoest-enting hierbij gegeven worden.

Titerbepaling op 16 weken leeftijd

Op een leeftijd van 16 weken is het verstandig om met een titerbepaling te laten controleren of uw pup voldoende antistoffen heeft aangemaakt. Sommige pups kunnen door interferentie van de maternale immuniteit of doordat ze genetisch gezien niet goed genoeg reageren op een vaccinatie, onvoldoende antistoffen hebben aangemaakt. Bij deze pups zullen we de vaccinatie dus een keer moeten herhalen, eventueel van een ander merk. Afhankelijk van de uitslag van de titerbepaling, kan de vaccinatie daarna volgens het standaard schema worden voortgezet: één keer per drie jaar de grote cocktail en jaarlijks de ziekte van Weil en kennelhoest. Ook kunt u ervoor kiezen om uw hond in het vervolg te laten vaccineren aan de hand van titerbepalingen.

Dieren met een zwakker immuunsysteem

Een titerbepaling kan ook heel nuttig zijn voor dieren met een zwakker immuunsysteem. Wanneer uw hond gevaccineerd wordt, wordt het immuunsysteem aan het werk gezet om antistoffen aan te maken. Wanneer uw huisdier op dat moment tegen een andere ziekte moet vechten of wanneer de afweer van uw huisdier verminderd is, dienen de risico’s van niet-vaccineren afgewogen te worden tegenover de mogelijke gezondheidsrisico’s. Met de titerbepalingen kunnen we controleren of vaccinatie bij uw huisdier noodzakelijk is of uitgesteld kan worden.
Tenslotte kunnen we de titertest toepassen bij dieren waar we geen medische voorgeschiedenis van hebben. Hierbij kunnen we aan de hand van de uitslag van de test bepalen of uw hond op dat moment een vaccinatie nodig heeft of dat we deze nog kunnen uitstellen.

Titerbepaling bij jonge pups

Tegenwoordig is er ook regelmatig vraag naar een titerbepaling bij jonge pups (vanaf 6 weken). In dergelijke gevallen wordt vaak eens in de paar weken een test uitgevoerd en wordt er gevaccineerd wanneer de antistoffen vrijwel verdwenen zijn. Wanneer we op die manier testen, kan het helaas gebeuren dat uw pup een flinke daling krijgt in de hoeveelheid antistoffen vlak nadat u een test heeft laten uitvoeren. Mochten we vervolgens pas na twee of drie weken weer opnieuw testen, heeft uw pup 2 weken onbeschermd rondgelopen voordat we een nieuw vaccin plaatsen.
Daarom heeft vaccineren volgens het standaard schema de voorkeur. Dit schema is onderzocht en is geaccepteerd door de WSAVA. Hierbij is het risico dat uw pup op den duur onbeschermd rondloopt, het kleinst. Het advies is om op een leeftijd van 16 weken door middel van een titerbepaling te controleren of de vaccins hebben geleid tot de aanmaak van voldoende antistoffen.