Braken

Acuut braken

Elke kat geeft wel eens over. Als uw kat zich daarna normaal gedraagt, eet, drinkt en vrolijk is hoeft u zich geen zorgen te maken. Maar regelmatig braken is niet normaal. In dit geval is het belangrijk te gaan zoeken naar de oorzaak van het braken.

Haarballen zijn een regelmatig voorkomende oorzaak van braken bij katten. Als u regelmatig haarballen vindt, kan het helpen om uw kat regelmatig(er) te kammen of haarbalpasta te geven.

Soms beginnen katten ineens vaker te braken. De belangrijkste oorzaken van acuut braken, zijn een plotse wijziging in het dieet of bedorven voer (bv. bedorven voedsel uit de vuilnisbak), een virus of bacterie. Na enkele dagen moeten de problemen wel over zijn.

Het is belangrijk dat een kat elke dag eet en drinkt. Katten kunnen namelijk heel slecht tegen vasten, omdat de lever hierdoor al snel in de problemen komt.

Het is dus belangrijk om contact op te nemen met de dierenarts als:

– uw kat meer dan een dag niet eet of drinkt

– het braken  blijft aanhouden

– er  bloed bij het braaksel zit

– uw kat sloom / ziek is

– uw kat erg  warm aanvoelt

– uw kat ook geen water kan binnen houden

– uw kat iets afwijkend heeft opgegeten (bv. een vreemd voorwerp, speeltje, sok, enz.)

– uw kat ook veel drinkt en veel plast

In dit geval kan het zijn dat er meer aan de hand is en kan de dierenarts verder onderzoek doen en/of behandelen.

De oorzaak kan namelijk binnen het maag-darmkanaal liggen (bv. vreemd voorwerp in de maag, maagontsteking, maagzweer, obstipatie, voedselallergie,enz.) maar ook daarbuiten (bv. nierproblemen, leverproblemen, alvleesklierontsteking, suikerziekte met verzuring, enz.) of in de hersenen (denk maar aan evenwichtsproblemen).

Om de oorzaak te vinden kan het zijn dat er bloed-, urine- en/of ontlastingsonderzoek moet gedaan worden, maar ook een röntgenfoto of een echo van de buik behoren tot de mogelijk noodzakelijke onderzoeken. In een vervolgstap kan een endoscopisch onderzoek van de maag en darmen nodig zijn. Hierbij wordt met een camera naar de slokdarm, maag en het eerste deel van de dunne darm gekeken en kunnen biopten genomen worden die dan door de patholoog worden onderzocht. Af en toe is een buikoperatie nodig om tot een diagnose (en behandeling) te komen.

In veel gevallen zal al worden gestart met ondersteunende behandeling. Medicatie tegen de misselijkheid en het braken, een zuurremmer, licht verteerbaar voer of vloeibare voeding, enz. Heel vaak kan dit thuis worden gegeven, maar als een kat erg ziek is en dreigt uit te drogen of wanneer dit al het geval is, dan kan het noodzakelijk zijn om vocht te geven via een infuus en is soms een opname in de kliniek noodzakelijk.

Chronisch braken

Elke kat geeft wel eens over. Als uw kat zich daarna normaal gedraagt, eet, drinkt en vrolijk is hoeft u zich geen zorgen te maken. Maar regelmatig, en zeker  chronisch ( > 3 weken) braken is niet normaal. In dit geval is het belangrijk op zoek te gaan naar de oorzaak van het braken zodat dit behandeld kan worden.

Haarballen zijn een regelmatig voorkomende oorzaak van braken bij katten. Als u regelmatig haarballen vindt, kan het helpen om uw kat regelmatig(er) te kammen of haarbalpasta te geven.

Als u niet echt een oorzaak kan vinden voor het regelmatig en langdurig braken van uw kat, is het verstandig om toch even naar de dierenarts te gaan. Zeker in het geval wanneer:

– uw kat niet wil eten of drinken

– uw kat sloom en/of lusteloos is

– uw kat ook warm aanvoelt

– uw kat meerdere keren per dag of week overgeeft (ook al lijkt ze oké)

– uw kat ook veel drinkt en/of plast

– uw kat vermagert

– er bloed bij het braaksel zit

– uw kat zwarte ontlasting heeft

– u het niet vertrouwt

In dit geval kan het zijn dat er meer aan de hand is en kan de dierenarts verder onderzoek doen en/of behandelen.

De oorzaak kan namelijk binnen het maag-darmkanaal liggen (bv. vreemd voorwerp in de maag, maagontsteking, maagzweer, obstipatie, voedselallergie, enz.) maar ook daarbuiten (bv. nierproblemen, leverproblemen, alvleesklierontsteking, suikerziekte met verzuring, enz.) of in de hersenen (denk maar aan evenwichtsproblemen).

Om de oorzaak te vinden kan het zijn dat er bloed-, urine- en/of ontlastingsonderzoek moet gedaan worden, maar ook een röntgenfoto of een echo van de buik behoren tot de mogelijk noodzakelijke onderzoeken. In een vervolgstap kan een endoscopisch onderzoek van de maag en darmen nodig zijn. Hierbij wordt met een camera naar de slokdarm, maag en het eerste deel van de dunne darm gekeken en kunnen biopten genomen worden die dan door de patholoog onderzocht worden. Af en toe is een buikoperatie nodig om tot een diagnose (en behandeling) te komen.

In veel gevallen zal al worden gestart met ondersteunende behandeling. Medicatie tegen de misselijkheid en het braken, een zuurremmer, licht verteerbaar voer of vloeibare voeding, enz. Heel vaak kan dit thuis gegeven worden, maar als een kat erg ziek is en dreigt uit te drogen of wanneer dit al het geval is, dan kan het noodzakelijk zijn om vocht te geven via een infuus en dan is een opname in de kliniek soms noodzakelijk.

 

Diarree

Acute diarree

We spreken over diarree wanneer de kat (veel) vaker dan normaal (met andere woorden 1-2 x op een dag) ontlasting heeft of wanneer de  ontlasting veel dunner is dan normaal. Ook wanneer er bloed en/of (veel) slijm bij de ontlasting zit, is dit abnormaal.

We spreken over acute diarree als dit  minder dan 3 weken duurt.

Als uw kat brijige ontlasting heeft en/of veel vaker moet ontlasten maar verder speels en vrolijk is en gezond oogt, hoeft u zich niet onmiddellijk zorgen te maken.

De belangrijkste oorzaken van acute diarree zijn  voerwisselingen of bedorven voer, wormen of andere parasieten (bv. giardia) en virussen.

U kan dan het beste kleine beetjes licht verteerbaar voer aanbieden (zoals gekookte kip en rijst), zorgen dat uw kat voldoende drinkt en zorgen voor een schone kattenbak. Na enkele dagen zou het vanzelf al een stuk beter moeten gaan.

We raden u aan om toch even een dierenarts te raadplegen in volgende gevallen:

– de diarree houdt langer aan

– uw kat wordt sloom

– uw kat voelt warm aan

– uw kat wil niet meer eten of drinken (een kat die niet eet komt heel snel in de problemen)

– uw kat lijkt uit te drogen (plakkerige slijmvliezen, huidplooi blijft staan, enz.)

– uw kat bloederige of heel erg slijmerige ontlasting heeft

In dat geval kan het zijn dat uw kat dit niet zelf kan overwinnen en hierbij wat ondersteuning nodig heeft (d.m.v infuus, medicatie, probiotica, enz.). Ook kan het zijn dat er toch meer aan de hand is en dat er verder onderzoek moet gebeuren. Bv. ontlastingsonderzoek, bloedonderzoek, echografie, endoscopie, enz.

Chronische diarree

Wanneer de diarree langer dan 3 weken aanhoudt (of erg regelmatig terugkeert) spreken we over chronische (of recidiverende) diarree. In dat geval is het nuttig om een dierenarts te raadplegen, ook al is de kat niet ziek.

Naast de oorzaken van acute diarree moet er dan ook gedacht worden aan voedselallergie, maag-darmontsteking, tumoren, aandoeningen van andere organen (lever, schildklier, nieren …) etc. Daarnaast is het ook zo, dat dieren die chronisch diarree hebben, vaak ook een tekort aan vit B12 ontwikkelen.

Om de oorzaak te vinden kan de dierenarts verder onderzoek doen door middel van een ontlastings- of bloedonderzoek, echografie, voedseltest en/ of endoscopie.

Nieraandoeningen

Feliene lower urinary tract disease

Feline lower urinary tract disease (afgekort FLUTD) is een algemene en overkoepelende term voor een reeks aandoeningen die plasproblemen bij de kat veroorzaken, zoals bv.

  • Blaasstenen of blaasgruis
  • Bacteriële infectie
  • Anatomische problemen
  • Trauma
  • Blaastumoren
  • Blaasontsteking zonder oorzaak (idiopatische FLUTD)
  • Gedragsproblemen (kunnen dezelfde klachten geven)

LET OP: Soms kan de kat helemaal  niet meer plassen en is er een volledige verstopping (obstructie) van de urinebuis aanwezig. Deze complicatie ziet men vaker bij katers en is levensbedreigend.

Idiopatische FLUTD is een blaasontsteking waarbij de kat bloederige urine heeft, vaak moeilijk en/of pijnlijk plast en meerdere kleine plasjes doet op of naast de kattenbak. Echter, in dit geval zijn na onderzoek (urine, kweek, echo en/of röntgenfoto,…) alle andere oorzaken van plasproblemen uitgesloten en is er geen aantoonbare oorzaak te vinden.

Risicofactoren:

  • Jongvolwassen katten
  • Bepaalde rassen zijn gevoeliger, bv. Perzen
  • Binnenhuis katten
  • Te zware katten
  • Katten die niet veel bewegen
  • Katten die (enkel) droge kattenvoeding eten

Symptomen van een blaasontsteking:

  • Vaak kleine plasjes
  • Moeilijk plassen (je ziet de kat vaak persen en er komt te weinig of niets uit)
  • Bloederige urine

Symptomen van een verstopping:

  • Weinig of niet plassen
  • Harde en volle blaas waardoor de kat veel pijn heeft. Dit uit de kat op verschillende manieren zoals bijvoorbeeld klagend miauwen, niet willen dat je hem (haar) oppakt en wegkruipen in een hoekje
  • Frequent likken aan de penis
  • Soms een rode penis
  • 12 tot 48 uur na een complete obstructie zien we dat katten niet willen eten, lusteloos zijn, braken, uitdrogen,… dit kan snel leiden tot coma en dood.

WANNEER EEN KAT NIET KAN PLASSEN ONTSTAAT ER DUS EEN LEVENSBEDREIGENDE SITUATIE!  Neem zo snel mogelijk contact met ons op!

Diagnose van blaasproblemen:

Aan de hand van de voorgeschiedenis en het klinisch onderzoek kan er al een verdenking van blaasproblemen zijn.

Met een urineonderzoek (en eventueel kweek) kunnen we kijken of er aantoonbare oorzaken zijn (bv. gruis) en of er inderdaad een ontsteking aan de gang is.

Indien nodig kan er ook nog een echografisch onderzoek gedaan worden en/ of kunnen er röntgenfoto’s gemaakt worden (bv. voor het opzoeken van blaasstenen, anatomische afwijkingen, enz.).
Soms is het ook verstandig om een  bloedonderzoek (afhankelijk van de klinische toestand van de kat) te doen.

Zoals reeds eerder aangegeven, spreken we pas over idiopatische FLUTD als uit alle onderzoeken blijkt dat er geen aanwijsbare oorzaak is.

Behandeling van katten ZONDER verstopping:

De volgende lijst is een opsomming van de behandelingen die we kunnen instellen, op basis van de onderzoeken en de toestand van de kat wordt hiervan afgeweken en niet elke kat vereist alle onderdelen van de lijst.

  • Pijnstillers / ontstekingsremmers kunnen toegediend worden
  • Antibiotica worden enkel gegeven bij een positieve urine-kweek
  • Een kat met overgewicht moet vermageren en meer gaan bewegen
  • Stress beperken
  • Urineren bevorderen: kattenbakken regelmatig schoon maken (ideaal aantal kattenbakken = aantal katten + 1)
  • Wateropname bevorderen: blikvoeding, of droge voeding mengen met natte voeding, drinkfontein, uit de kraan laten drinken, vissenkom met plantjes, enz.
  • Op een aangepast dieet zetten, zodat de kans op nieuwe problemen een stuk kleiner wordt

Behandeling van katten MET verstopping

In dit geval moet de verstopping zo snel mogelijk opgeheven worden door de kat te katheteriseren. Hierbij wordt een buisje / slangetje in de penis (aangezien het meestal katers zijn die verstopt raken) ingebracht tot in de blaas om de urine af te laten lopen, zodat de blaas kan ontspannen.

Heel vaak zijn deze katten er slecht aan toe en moeten we ook een infuus geven. Zo kan de vochtbalans weer op peil raken, kunnen de nieren ondersteund worden en kan de bloeddruk e.d. op peil blijven.

Indien er grote stenen in de blaas aanwezig zijn, moeten deze verwijderd worden. Maar voor zo’n operatie moet de kat stabiel genoeg zijn.

Indien katers regelmatig verstoppen ondanks alle voorgaande maatregelen, kan het nodig zijn te overwegen om de penisopening operatief groter te maken.

Prognose:

Men moet er rekening mee houden dat de blaasklachten regelmatig (kunnen) terugkomen. Door een aanpassing van de levensstijl (vermageren, bewegen, veel laten drinken, urineren,…) en de juiste voeding kunnen we dit zoveel mogelijk voorkomen. Soms is extra ondersteuning nodig door middel van andere medicatie.

Nierfalen

Een nierziekte kan leiden tot acuut of chronisch nierfalen.

Oorzaken voor het ontstaan van een nierziekte:

  • Inflammatie of Infectie
  • Trauma
  • Neoplasie
  • Aangeboren en/of genetische afwijkingen
  • Immuungemedieerde aandoeningen
  • Diabetes insipidus
  • Stenen in het urinewegstelsel
  • Obstructie (of scheur) van urinewegen, zoals een plasbuisverstopping
  • Verhoogde calciumwaarden (vaak om onderliggende oorzaak)
  • Nefrotoxische producten
  • Idiopathisch (geen oorzaak)

Symptomen van acuut nierfalen zijn vaak aspecifiek:

  • Sufheid
  • Braken
  • Niet of weinig eten
  • Diarree
  • Soms ook koorts (afhankelijk van oorzaak)

Symptomen van chronisch nierfalen:

  • Geleidelijk meer drinken en plassen
  • Gewichtsverlies
  • Slechte vacht
  • Stinkende mondgeur
  • Zweren in de mond

Indien katten deze symptomen vertonen, is het raadzaam om bij uw dierenarts langs te gaan. Om een nierziekte en/of nierfalen te bevestigen, dient er een urine-onderzoek en een bloedonderzoek van uw kat uitgevoerd te worden. Soms is het nodig om extra testen uit te voeren, zoals een röntgenfoto, echografie van de buik en een bloeddrukmeting.

Bij acuut nierfalen is het nodig om de onderliggende oorzaak te achterhalen en te behandelen. Ondersteunende therapie is noodzakelijk om uw kat er weer bovenop te helpen. Sommige katten kunnen erg  ziek zijn en in erge gevallen zelfs overlijden aan acuut nierfalen.

Vele oorzaken bij chronisch nierfalen zijn niet behandelbaar, maar een vroegtijdige diagnose is cruciaal. De behandelbare oorzaken worden behandeld en uw kat wordt zo snel mogelijk ondersteund met voeding en medicatie, waardoor de evolutie van nierfalen trager zal verlopen en de kwaliteit van leven zal verbeteren.

Leveraandoeningen

Leveraandoeningen

Alvleesklier

Aandoeningen van de alvleesklier

Endocriene aandoeningen

Suikerziekte (diabetes mellitus)

Zie bij  ‘Suikerziekte bij de hond (en kat)’

Hyperthyroïdie

Hyperthyroïdie of een te snel werkende schildklier is een van de meest voorkomende aandoeningen bij de kat. Het komt voornamelijk bij katten van middelbare tot oude leeftijd voor. Het gaat meestal om goedaardige tumoren van de schildklier, die de productie van het schildklierhormoon verhogen.

Symptomen  van een te snel werkende schildklier:

  • Vermageren ondanks een goede / toegenomen eetlust
  • Veel eten
  • Veel drinken en plassen
  • Hyperactiviteit
  • Onverzorgd voorkomen (‘uitstaande’ of onverzorgde vacht)
  • Braken en diarree

Soms komt de aandoening in combinatie met andere ziekten voor, zoals bijvoorbeeld verdikking van de hartspier of nierfalen.

Diagnose:

  • Vaak is een vergrote schildklier te voelen.
  • Uitgebreid bloedonderzoek met o.a. lever- en nierwaarden om andere aandoeningen uit te sluiten of gelijktijdige aandoeningen te bevestigen. Belangrijk is te weten dat hyperthyroïdie nierfalen kan maskeren. Dus dan heeft de kat nierfalen, maar de waarden zijn beter omdat de kat ook hyperthyroïdie heeft.
  • Bij een verhoogde concentratie schilklierhormoon (thyroxine/ T4)  in het bloed is de diagnose bevestigd.
  • Een schilklierscan na inspuiten van radioactief contrast (scintigrafisch onderzoek) kan worden uitgevoerd, maar dat is dan vnl. om te kijken hoe uitgebreid de schildklier is aangetast, of er schildklierweefsel los van de schildklier aanwezig is dat de symptomen veroorzaakt, en voor een operatieve ingreep om de grootte van het gezwel te bepalen.

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden voor de aandoening:

  • Medicatie: schildklierremmers (o.a. Felimazole) zorgen voor een daling van het schildklierhormoon. Het is belangrijk dat deze therapie met bloedcontroles opgevolgd wordt, niet alleen om de juiste dosering te bepalen, maar ook om eventuele neveneffecten van de medicatie tijdig op te sporen.
  • Jodiumtherapie: hierbij ondergaat de kat radioactieve straling die het overactieve deel van de schildklier kapot maakt. De rest van de schildklier wat nog normaal is, wordt hierbij ongemoeid gelaten. De kat moet hiervoor wel opgenomen worden (gedurende ongeveer 1 week) en contact met zwangere vrouwen en kinderen is niet toegelaten vanwege de veiligheidsrisico’s. Het is echter een heel doeltreffende behandeling, waarna in principe geen medicatie meer gegeven hoeft te worden.
  • Joodarm dieet: dit dieet is niet preventief te gebruiken en dient ook strikt te worden gegeven aan uw kat.
  • Het chirurgisch verwijderen van schildklierweefsel kan, maar wordt niet meer zo vaak gedaan, omdat er tijdens de operatie, maar ook nadien makkelijk / vaak problemen kunnen ontstaan.

Indien de kat  goed behandeld en gecontroleerd wordt, kan uw kat verder vaak een  normaal leven leiden.

Infectieuze aandoeningen

FIP

FIV

Feliene Leukemievirus (FeLV)

Kattenleukemie is een ziekte die veroorzaakt wordt door een  virus.

Het virus wordt overgedragen door nauw contact tussen katten. Contact met speeksel (bv. door bijtwonden) en snot, elkaar wassen, gedeelde water- en voedselvoorzieningen zijn de voornaamste risicofactoren. Overdracht via urine of ontlasting is onwaarschijnlijk. Katers tussen 1 en 6 jaar, die in contact komen met andere katten, worden het vaakst geïnfecteerd.

Ziekte of niet?

Nadat de kat door het virus is geïnfecteerd zijn er verschillende mogelijkheden. Bij sommige katten zal het afweersysteem het virus afdoden zonder dat zij er ziek van worden  terwijl andere katten  wel ziek worden maar nadien het virus kunnen verwijderen.  Soms is het afweersysteem van de kat niet in staat om het virus ook echt uit het lichaam te verwijderen en ontstaat een persisterende infectie. Deze katten blijven drager van het virus.

Factoren die hierin een rol spelen zijn o.a.  de leeftijd waarop de kat wordt besmet, zijn/ haar afweer en de hoeveelheid virus.

Katten die drager zijn van het virus zijn niet besmettelijk, maar poezen kunnen het virus, tijdens de dracht of de lactatie, aan hun kittens  doorgeven waardoor een abortus en geboorte-afwijkingen kunnen optreden of kittens geboren kunnen worden als dragers en eventueel in hun latere leven nog ziek kunnen worden.

Symptomen:

Het virus onderdrukt het afweersysteem  van de kat en kan daardoor een brede waaier aan problemen veroorzaken. Deze katten kunnen hierdoor namelijk makkelijker ziek worden en symptomen vertonen die worden teweeggebracht door andere ziektekiemen. Ook is het mogelijk dat het virus o.a. lymfeklierkanker bij de kat veroorzaakt. Vaak ontstaan  vage klachten zoals geen of weinig eetlust, gewichtsverlies of depressie, maar ook oogontstekingen, benauwdheid, zwelling van de lymfeknopen, bleke slijmvliezen (door de bloedarmoede) of gele slijmvliezen  kunnen vóórkomen.

Diagnose:

Zodra het virus zich in het bloed bevindt, kan dit met  een simpele bloedtest worden aangetoond. Soms is het nodig om de kat na 4 tot 6 weken een tweede maal te testen om een betrouwbaar resultaat te hebben.

Behandeling:

Momenteel  is er geen antiviraal middel beschikbaar dat genezing garandeert. De secundaire infecties kunnen wel behandeld worden. Ook kunnen chemotherapeutica ingezet worden bij katten die kanker ontwikkelen.  Echter, de meerderheid van de zieke katten sterft jammer genoeg binnen twee tot drie jaar.

Preventie en zoönotisch aspect (i.e. overdracht dier-mens):

De beste preventieve maatregel is uw kat in huis houden. Drinkbakken, voederbakken, kattenbakken e.d. mogen niet gedeeld worden met andere FeLV positieve katten. Katten die nog nooit zijn blootgesteld aan het virus en die een hoog risico hebben op blootstelling (dat is vaak regionaal verschillend), kunnen worden gevaccineerd tegen de ziekte. Vaccinatie garandeert echter niet 100% immuniteit. In Breda vermoeden we dat het virus niet zo vaak voorkomt.

Besmette katten kunnen het beste in huis gehouden worden om te voorkomen dat andere katten worden besmet. Een strikte ontvlooiing en het vermijden van het eten van rauw vlees is aan te raden om bepaalde parasitaire en infectieuze aandoeningen te vermijden.

Het virus is niet besmettelijk voor de mens, maar zieke katten kunnen wel andere ziekteverwekkers doorgeven aangezien zij makkelijker besmet kunnen worden.

Ademhalingsproblemen

Astma bij de kat

Feliene astma is een aandoening vergelijkbaar met astma die ook bij de mens voorkomt. De luchtwegen zijn ontstoken en de kleine luchtwegen gaan samentrekken, waardoor de ademhaling van de kat wordt bemoeilijkt. Meestal wordt de aandoening op een leeftijd van 4 tot 5 jaar ontdekt.

Symptomen:

  • Hoesten (soms braken t.g.v. van krachtig hoesten)
  • Piepende ademhaling
  • Moeilijke ademhaling
  • Bij erge acute astma-aanvallen: open-muil ademen, door het zuurstoftekort kunnen de slijmvliezen van de kat blauw zijn

Door middel van een  röntgenfoto van de borstkas ziet men meestal een typisch longpatroon en kunnen we andere oorzaken uitsluiten. Een bloedonderzoek geeft soms een stijging van allergische cellen in het bloed maar zal de aandoening niet eenduidig kunnen bevestigen. Bij twijfel wordt er onder narcose een spoeling van de longen gedaan. Zo kunnen we de aanwezigheid en het aantal allergische cellen in de longen aantonen; ook controleren we of er bacteriën aanwezig zijn.

Behandeling van een acute crisis:

Hierbij is de kat in erge ademnood en is het dus belangrijk om de stress van de kat te beperken. Verder dien je als eigenaar ons zo snel mogelijk te contacteren zodat wij de kat extra zuurstof kunnen toedienen en medicamenteus kunnen ingrijpen. Medicatie om de kleine luchtwegen te vergroten (bronchodilatoren) en corticosteroïden (om de ontsteking en de allergische cellen aan te pakken) worden toegediend.

Behandeling van een chronisch probleem:

Als eigenaar kan je de omgeving van je kat aanpassen, zodat deze zo weinig mogelijk in contact komt met irriterende stoffen of allergenen (stoffen die de allergie kunnen verergeren of uitlokken). Vaak stofzuigen, niet roken, een kattenbakvulling gebruiken die geen stof veroorzaakt, geen tapijten zijn een aantal voorbeelden.

De kat dient medicamenteus behandeld te worden. In de beginfase zijn corticosteroïden aangeraden en later probeert men meestal over te schakelen op puffers.

Prognose:

De aandoening vereist levenslange behandeling maar eenmaal onder controle heeft de kat een goede prognose. Alleen katten die met erge ademnood binnenkomen bij de dierenarts hebben een iets minder goede prognose aangezien zij door het zuurstoftekort kunnen sterven.