Braken

Acuut braken

 

De meeste honden geven zelden over maar sommige honden doen dit wel eens vaker (bv. 1x per 2 weken).  Als de hond verder gezond en vrolijk is, is hier geen reden tot ongerustheid.

Soms beginnen honden ineens wel vaker te braken. De belangrijkste oorzaken van acuut braken zijn een plotse wijziging in het dieet of bedorven voer (bv. uit de vuilnisbak gesnaaid), een virus of bacterie. Sommige honden zijn hierbij ook misselijk (kwijlen, verminderde eetlust, smakken of likken, gras eten,…). Meestal is uw hond verder redelijk vrolijk en gaat het braken vanzelf weer over. Wat u het beste kan doen is meerdere keren kleine porties licht verteerbaar voer geven (bv gekookte kip en rijst).

Wanneer moet u wel contact opnemen met de dierenarts?

– als het braken blijft aanhouden

– als uw hond ook  ziek is

– als uw hond ook erg warm aanvoelt

– er  bloed bij het braaksel zit

– als uw hond loos braakt (probeert wel maar er komt niets)

– als de buik van uw hond op lijkt te zetten

– als uw hond iets afwijkend heeft opgegeten (bv een vreemd voorwerp, speeltje, sok …)

– als uw hond ook  veel drinkt en veel plast

– als uw hond geen water binnen kan houden

In dit geval kan het zijn dat er meer aan de hand is en kan de dierenarts verder onderzoek doen en/of behandelen.

De oorzaak kan namelijk binnen het maag-darmkanaal liggen (bv. vreemd voorwerp in de maag, maagontsteking, maagzweer, verstopping van de darm, voedselallergie …) maar ook daarbuiten (bv. nierproblemen, leverproblemen, alvleesklierontsteking, baarmoederontsteking, ziekte van Addison …) of in de hersenen (denk maar aan evenwichtsproblemen).

Om de oorzaak te vinden kan het zijn dat er bloed-, urine- en/of ontlastingsonderzoek moet worden gedaan, maar ook een röntgenfoto of een echo van de buik behoren tot de mogelijke onderzoeken. In een vervolgstap kan een endoscopisch onderzoek van de maag en darmen nodig zijn. Hierbij wordt met een camera naar de slokdarm, maag en het eerste deel van de dunne darm gekeken en kunnen biopten genomen worden die dan door de patholoog worden onderzocht. Af en toe is een buikoperatie nodig om tot een diagnose (en behandeling) te komen.

In veel gevallen zal al worden gestart met ondersteunende behandeling. Medicatie tegen de misselijkheid en het braken, een zuurremmer, licht verteerbaar voer … Heel vaak kan dit thuis worden gegeven maar als een hond erg ziek is en dreigt uit te drogen of al uitgedroogd is, kan het noodzakelijk zijn om vocht te geven via een infuus en dan is een opname in de kliniek soms noodzakelijk.

Chronisch braken

De meeste honden geven zelden over maar sommige honden doen dit wel eens vaker (bv. 1x per 2 weken).  Als de hond verder gezond en vrolijk is, is hier geen reden tot ongerustheid.

Als uw hond langere tijd (> 3 weken) regelmatig braakt, dan is dit niet normaal en is het verstandig om op zoek te gaan naar de oorzaak zodat een gepaste behandeling ingesteld kan worden. Zeker als uw hond hierbij ziek is.

Sommige honden zijn ook misselijk, dit is onder andere te merken aan een verminderde eetlust, veel kwijlen, smakken of likken, gras eten ….

De oorzaak van chronisch braken kan binnen het maag-darmkanaal liggen (bv. vreemd voorwerp in de maag, maagontsteking, maagzweer, darmontsteking, voedselallergie …) maar ook daarbuiten (bv. nierproblemen, leverproblemen, alvleesklierontsteking, suikerziekte (met verzuring), ziekte van Addison …) of in de hersenen (denk maar aan evenwichtsproblemen).  Ook medicatie kan soms tot braken leiden.

Om de oorzaak te vinden kan het zijn dat er bloed-, urine- en/of ontlastingsonderzoek moet gedaan worden, maar ook een röntgenfoto of een echo van de buik kunnen meer informatie geven. In een vervolgstap kan een endoscopisch onderzoek van de maag en darmen nodig zijn. Hierbij wordt met een camera naar de slokdarm, maag en het eerste deel van de dunne darm gekeken en kunnen biopten genomen worden die dan door de patholoog worden onderzocht. Af en toe is een buikoperatie nodig om tot een diagnose (en behandeling) te komen.

Diarree

Acute diarree

Sommige honden kunnen één tot twee dagen diarree hebben. Als de hond verder gezond en vrolijk is en de ontlasting heeft een normale kleur, is hier geen reden tot ongerustheid.

De belangrijkste oorzaken van acute diarree zijn een plotse wijziging in het dieet of bedorven voer (bv. uit de vuilnisbak gesnaaid), een virus, parasiet of bacterie. Meestal is uw hond verder redelijk vrolijk en gaat de diarree vanzelf weer over. Wat u het beste kan doen is meerdere keren kleine porties licht verteerbaar voer geven (bv. gekookte kip en rijst).

Wanneer moet u wel contact opnemen met de dierenarts?

– als de diarree blijft aanhouden

– als de diarree een afwijkende kleur heeft, zoals bijvoorbeeld zwart, helderrood of groen

– als uw hond ook braakt

– als uw hond ook ziek is

– als uw hond ook erg warm aanvoelt

In dit geval kan het zijn dat er meer aan de hand is en kan de dierenarts verder onderzoek doen en/of behandelen.

De oorzaak kan namelijk binnen het maag-darmkanaal liggen (bv. darmontsteking, voedselallergie …) maar ook daarbuiten (bv. nierproblemen, leverproblemen, alvleesklierontsteking, baarmoederontsteking, ziekte van Addison …).

Om de oorzaak te vinden kan het zijn dat er een ontlastingsonderzoek moet worden gedaan, maar ook een bloedonderzoek, een röntgenfoto of een echo van de buik behoren tot de mogelijke onderzoeken. In een vervolgstap kan een endoscopisch onderzoek van de maag en darmen nodig zijn. Hierbij wordt met een camera naar de slokdarm, maag en het eerste deel van de dunne darm gekeken en kunnen biopten worden genomen die dan door de patholoog worden onderzocht. Af en toe is een buikoperatie nodig om tot een diagnose (en behandeling) te komen.

In veel gevallen zal al worden gestart met ondersteunende behandeling. Medicatie om de darmflora te ondersteunen, licht verteerbaar voer, antiparasitica en/of antibioticumtherapie indien nodig. Heel vaak kan dit thuis worden gegeven maar als een hond erg ziek is en dreigt uit te drogen of al uitgedroogd is, dan kan het noodzakelijk zijn om vocht te geven via een infuus en dan is een opname in de kliniek soms noodzakelijk.

Chronische diarree

Als uw hond langere tijd (> 3 weken) diarree heeft dan is dit niet normaal en is het verstandig om op zoek te gaan naar de oorzaak zodat een gepaste behandeling kan ingesteld worden. Zeker als uw hond hierbij ziek is.

Sommige honden zijn ook misselijk of braken, dit is onder andere te merken aan een verminderde eetlust, veel kwijlen, smakken of likken, gras eten, etc.

De oorzaak kan namelijk binnen het maag-darmkanaal liggen (bv. voedselallergie, inflammatory bowl disease, lymfangiëctasie …) maar ook daarbuiten (bv. nierproblemen, leverproblemen, alvleesklierontsteking …).

Om de oorzaak te vinden kan het zijn dat er een ontlastingsonderzoek moet worden gedaan, maar ook een bloedonderzoek, een röntgenfoto of een echo van de buik behoren tot de mogelijke onderzoeken. In een vervolgstap kan een endoscopisch onderzoek van de maag en darmen nodig zijn. Hierbij wordt met een camera naar de slokdarm, maag en het eerste deel van de dunne darm gekeken en kunnen biopten genomen worden die dan door de patholoog onderzocht worden. Af en toe is een buikoperatie nodig om tot een diagnose (en behandeling) te komen.

Nierfalen

Nierfalen

Een nierziekte kan leiden tot acuut of chronisch nierfalen.

Oorzaken voor het ontstaan van een nierziekte:

  • Inflammatie of infectie
  • Trauma
  • Neoplasie
  • Aangeboren en/of genetische afwijkingen
  • Immuungemedieerde aandoeningen
  • Diabetes insipidus
  • Stenen in het urinewegstelsel
  • Obstructie (of scheur) van urinewegen
  • Verhoogde calciumwaarden (vaak om onderliggende oorzaak)
  • Nefrotoxische producten
  • Idiopathisch (geen oorzaak)

Symptomen van acuut nierfalen zijn vaak aspecifiek:

  • Sufheid
  • Braken
  • Niet of weinig eten
  • Diarree
  • Soms ook koorts (afhankelijk van oorzaak)

Symptomen van chronisch nierfalen:

  • Geleidelijk meer drinken en plassen
  • Gewichtsverlies
  • Slechte vacht
  • Stinkende mondgeur
  • Zweren in de mond

Indien honden deze symptomen vertonen, is het raadzaam om bij uw dierenarts langs te gaan. Om een nierziekte en/of nierfalen te bevestigen, dient er een urine-onderzoek en een bloedonderzoek van uw hond uitgevoerd te worden. Soms is het nodig om extra testen uit te voeren, zoals een röntgenfoto, echografie van de buik en een bloeddrukmeting.

Bij acuut nierfalen is het nodig om de onderliggende oorzaak te achterhalen en te behandelen. Ondersteunende therapie is noodzakelijk om uw hond er weer bovenop te helpen. Sommige honden kunnen erg  ziek zijn en in erge gevallen zelfs overlijden aan acuut nierfalen.

Vele oorzaken bij chronisch nierfalen zijn niet behandelbaar, maar een vroegtijdige diagnose is cruciaal. De behandelbare oorzaken worden behandeld en uw hond wordt zo snel mogelijk ondersteund met voeding en medicatie, waardoor de evolutie van nierfalen trager zal verlopen en de kwaliteit van leven zal verbeteren.

Leveraandoeningen

Leveraandoeningen

Alvleesklier

Aandoeningen van de alvleesklier

Endocriene aandoeningen

Ziekte van Cushing

Ziekte van Addison

Wat is de ziekte van Addison?

De ziekte van Addison is een hormonale aandoening waarbij de bijnieren onvoldoende werken en er een tekort is aan twee hormonen (glucocorticosteroïden en mineralocorticosteroïden).

Bij wie komt de ziekte van Addison voor?

De ziekte komt voornamelijk bij jonge honden tot honden van middelbare leeftijd voor. Vooral teven zijn gevoelig voor het ontwikkelen van de ziekte. Bij katten is dit een zeldzame aandoening en komt het ook bij jonge katten tot katten van middelbare leeftijd voor.

Wat is de oorzaak van de ziekte van Addison?

Men vermoedt dat het om een auto-immuunziekte gaat, dit wil zeggen dat het immuunsysteem de bijnieren zelf zal afbreken waardoor deze niet meer goed werken. Er zijn een aantal andere oorzaken die deze ziekte ook kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld een infectie, bloedingen, uitzaaiingen van tumoren en chemotherapie.

Wat zijn de klinische symptomen?

De ziekte geeft vage klachten:

  • Sloomheid
  • Zwakte
  • Niet eten
  • Depressie
  • Braken
  • Diarree

Hoe diagnosticeren we de ziekte van Addison?

Op basis van de klinische toestand en een bloedonderzoek kunnen we een vermoedelijke diagnose stellen. We bevestigen deze diagnose door een hormoonfunctietest uit te voeren.

Hoe behandelen we de ziekte?

Uw huisdier kan in shocktoestand raken, waardoor een snelle behandeling met infuus en extra ondersteunende medicatie noodzakelijk is. Meestal zien we een eerste verbetering na 24 uur. (Shock wil zeggen dat de bloeddruk te laag is om het bloed door het hele lichaam te sturen.) Als uw huisdier stabiel is, mag uw hond mee naar huis. Uw hond heeft levenslang medicatie nodig om de tekorten van de hormonen op te vangen. Met goede medische begeleiding van uw huisdier is de prognose van de ziekte goed.

Suikerziekte bij de hond (en kat)

Suikerziekte (of diabetes mellitus) is een aandoening waarbij er een tekort aan insuline is. Insuline wordt geproduceerd in de alvleesklier en is een hormoon dat de opname van suiker (glucose) vanuit het bloed in de cellen verzorgt, zodat alle organen van het lichaam voldoende energie hebben om te functioneren.

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van dit probleem. Op basis hiervan wordt  de aandoening ingedeeld in een bepaald type.

Bij type 1 diabetes mellitus is er een absoluut tekort aan insuline doordat de cellen in de alvleesklier kapot worden gemaakt door het afweersysteem van het lichaam zelf (auto-immuun ziekte) of kapot gaan om onverklaarbare redenen (idiopatisch). Dit type komt het meeste voor bij honden.

Bij type 2 diabetes mellitus worden cellen door inactiviteit en overgewicht (obesitas) ongevoelig voor de werking van insuline (insuline resistentie). In eerste instantie zal de alvleesklier hierdoor nog meer insuline proberen te produceren maar op de lange termijn raakt hij hierdoor uitgeput. Zo ontstaat opnieuw een insulinetekort. Dit type zien we meestal bij katten.

Vervolgens zijn er nog een aantal andere oorzaken die suikerziekte kunnen veroorzaken. Een overmaat aan glucocorticoïden (dieren die lijden aan de ziekte van Cushing of die met glucocorticoïden worden behandeld), een overmaat aan groeihormoon ten gevolge van een hersentumor, dieren die met progestativa (bv. poezenpil) behandeld worden, leververvetting, niet-gesteriliseerde teefjes (kunnen  dit ontwikkelen omdat zij nog het hormoon progesteron produceren, alvleesklierproblemen (tumor of ontsteking) of aangeboren suikerziekte.

De volgende factoren zijn gekend (of berucht) als risicofactoren:

  • Zwaarlijvigheid (obesitas) en inactiviteit
  • Heel de dag voeding beschikbaar stellen (in tegenstelling tot 1 à 2 x per dag voeren)
  • Individueel gehouden dieren
  • Niet-gesteriliseerde teefjes
  • Leeftijd (naarmate dieren ouder worden stijgt de kans op suikerziekte)

Symptomen  die we kunnen zien bij een suikerzieke patiënt:

  • Veel drinken en veel plassen
  • Vermageren ondanks een goede eetlust
  • Soms kan er bij de kat spierpijn aanwezig zijn en bij de hond vertroebeling van de lens (cataract)
  • Indien de ziekte niet behandeld wordt, kan de eetlust wegvallen en braken optreden. Dit kan leiden tot een levensbedreigende complicatie nl. diabetes ketoacidosis.

Indien gelijktijdig de bloedsuikerwaarde verhoogd is en er suiker in de urine aanwezig is, is de diagnose wel zo goed als gesteld.

Naast ‘simpelweg’ de meting van het bloedsuiker (glucose) kan ook een indruk worden verkregen van het suikerpeil over een langere periode d.m.v. de bepaling van fructosamine in het bloed. Dit is bij katten nogal eens nodig omdat zij erg gevoelig zijn voor stress en (alleen al) de aanwezigheid van de dierenarts (of de reis er naartoe) de suikerspiegel kan doen stijgen.

In de urine is er normaal gezien geen suiker aanwezig. In het geval van suikerziekte dus wel. Als suikerziekte niet / onvoldoende behandeld wordt krijgen de cellen onvoldoende  energie binnen onder vorm van suiker (glucose). Om uit deze ‘crisissituatie’ te raken schakelt het lichaam over op een andere (minder efficiënte) energiebron nl. vetzuren. Op dat moment zijn ketonen in de urine terug te vinden. Een sterke aanwijzing voor de levensbedreigende aandoening waarover eerder sprake.

Bij deze patiënten is REGELMAAT het sleutelwoord.

Een suikerpatiënt  moet meestal 2x daags een injectie met insuline krijgen op vaste tijdstippen en regelmatig op controle komen bij de dierenarts. Bij het opstarten van de therapie zijn wekelijkse controles noodzakelijk, maar wanneer de juiste dosis is gevonden en de suikerziekte onder controle is, kunnen de controles vaak verminderd worden naar elke zes tot twaalf maanden.

Wij leren u deze onderhuidse injecties te geven. Veel eigenaren vinden dit eerst erg spannend maar zijn er heel snel mee vertrouwd en vinden het dan ook geen punt meer.

Naast  de behandeling met insuline, moet vaak ook het dieet (wat) aangepast worden . Gelukkig zijn er commerciële voedingen op de markt speciaal voor suikerpatiënten. Aangezien ook voor de voeding een vast schema gevonden moet worden (welk voer, hoeveel, tijdstip van voeren en aansluitend de injectie insuline,…) moeten  tussendoortjes achterwege worden gelaten want dat brengt de hele suikerbalans in het lichaam alleen maar in de war en dat maakt de behandeling erg moeilijk.

Ook beweging is erg belangrijk en dient het liefst volgens een vast dagschema te gebeuren.

En aangezien overgewicht niet alleen een risicofactor tot het ontwikkelen van suikerziekte is, maar ook een complicerende factor in de behandeling is, moeten honden en/of katten met overgewicht vermageren. Ook hierin begeleiden we u uiteraard.

Als een teefje of poes nog niet gesteriliseerd is wordt dit ten stelligste aangeraden om een betere regulatie van de suikerziekte te verkrijgen.

Hypothyroïdie

Hypothyroïdie of een  te traag werkende schildklier treedt vaak op bij middelgrote tot grote hondenrassen tussen 3 tot 8-jarige leeftijd. Rassen zoals bijvoorbeeld Golden Retrievers, Labradors, Beagles, Dobermanns zijn gevoelig.

De schildklier kan om verschillende redenen te traag werken:

  • Het afweersysteem van het lichaam reageert tegen het eigen schildklierweefsel (met andere woorden auto-immune afbraak van de schildklier)
  • Verandering van klierweefsel in vetweefsel om onbekende reden (met andere woorden idiopathisch)
  • Afbraak schildklier door een tumor
  • Na wegname van beide schildklieren
  • Gebruik van schildklierremmers
  • Een behandeling met jodium
  • Een hersenletsel
  • Aangeboren aandoening

Symptomen die opgemerkt kunnen worden zijn:

  • Sufheid, lusteloosheid, zwakte, verminderd uithoudingsvermogen
  • Veel drinken en plassen
  • Aankomen bij gelijk gebleven eetlust
  • Huidproblemen: droge huid, kaalheid (vaak aan beide flanken, aan staartbasis / ‘rattenstaart’, oorbasis, neusrug), verdonkering van de huid
  • Minder voorkomende symptomen: trieste blik (door onderhuidse vochtopstapeling vnl. in het gezicht), evenwichtsstoornissen, afhangen, afhangende lip(pen) en / of oogleden door verlamming van de aangezichtszenuw, vertraagde hartfrequentie, koude intolerantie (snel koud hebben), voortplantingsstoornissen,….

Het stellen van de diagnose is niet eenvoudig, er is geen éénduidige test die de ziekte aantoont. Ook zijn er verscheidene factoren die de schildklier beïnvloeden en de symptomen zijn vaag.

  • Een uitgebreid bloedonderzoek (vnl. om andere oorzaken van deze vaak vage klachten uit te sluiten en om meer (zij het aspecifieke) aanwijzingen te krijgen voor hypothyreoïdie)
  • Specifiek bloedonderzoek, nl. het bepalen van het schildklierhormoon (thyroxine/ T4) en het thyroïd stimulerend hormoon (TSH). Jammer genoeg bieden deze testen in +/- 30% van de gevallen geen zekerheid over de diagnose.
  • Indien voorgaande onderzoeken geen uitsluitsel geven kan een scan na inspuiten van (radioactief) contrastmiddel (scintigrafie) vaak wel uitsluitsel bieden.

De hond wordt behandeld met thyroxine (schildklierhormoon) in tabletvorm of oplossing (Forthyron of Leventa). Na 1 tot 2 maanden dient de hond opnieuw op controle te komen.

Een geslaagde behandeling kan men zien aan het gedrag en conditie van de hond.

  • Alertheid neemt toe
  • Beweging neemt toe
  • Vermageren
  • Verbetering van de vacht en huidproblemen

Na ongeveer twee maanden wordt de hond weer de oude. Hierna wordt om de zes maanden het thyroxine-gehalte in het bloed bepaald.

Wanneer de behandeling met een juiste dosering is ingesteld en de hond regelmatig op controles komt, is de prognose zeer goed.