Ooronstekingen

Oorontstekingen

Het oor bestaat uit een buitenoor, middenoor en een binnenoor.

Het buitenoor bestaat uit de oorschelp en de gehoorgang. Het trommelvlies scheidt het buitenoor van het middenoor. Het middenoor bestaat uit de drie gehoorbeentjes en zorgt ervoor dat het geluid wordt overgedragen naar het binnenoor. Het binnenoor bestaat uit een slakkenhuis en drie half-cirkelvormige kanalen. Het slakkenhuis zal ervoor zorgen dat het geluid wordt doorgegeven naar de hersenen. De drie half-cirkelvormige kanalen zorgen voor het evenwicht.

Een oorontsteking treedt bij katten minder vaak op dan bij honden.

Een oorontsteking kan ontstaan door:

–              Parasieten, bijvoorbeeld oormijt

–              Allergie, bijvoorbeeld door voeding

–              Bacteriële infectie

–              Vreemd voorwerp in het oor, bijvoorbeeld een grasaar

–              Tumor of poliep in het oor

Bij een oorontsteking heeft een kat vaak jeuk aan de oren. De oren kunnen pijnlijk zijn en soms stinken ze. Regelmatig zien we katten met een oorontsteking veel schudden met de kop. In erge gevallen kan uw kat zelfs zijn kop scheef houden.

Indien u één van deze symptomen herkent is het aangeraden om met uw kat op controle bij de dierenarts te komen. Oorontstekingen gaan vaak niet vanzelf over en de kat heeft vaak erg veel last heeft van een oorontsteking.

Na het algemeen klinisch onderzoek kijkt de dierenarts met een otoscoop in de oren van uw kat. Soms is het nodig om een staaltje te nemen van de oren en wordt er onder de microscoop gekeken naar de aanwezigheid van een ontsteking, mijten, gisten en/ of bacteriën.

Bij aanhoudende oorontstekingen is het soms noodzakelijk om een swab naar het laboratorium te sturen om te onderzoeken wat voor infectie er zit. Bij tumoren, poliepen of vreemde voorwerpen in het oor is het nodig om uw kat onder narcose te brengen en deze te verwijderen.

Soms lijkt uw kat na een paar dagen zalven al veel beter, maar zit de infectie nog wel dieper in de gehoorgang. Het is dus altijd belangrijk om ook na de behandeling even  op controle te komen zodat we zeker zijn dat de oorontsteking over is.

Chronische ongecontroleerde oorontstekingen kunnen leiden tot irreversiebele veranderingen van het oorkanaal. Hierbij is soms nog de enige oplossing het verwijderen van het oorkanaal.

Mijten

Oormijt

Oormijten (wetenschappelijke benaming: Otodectes cynotis) komen het meest voor bij kittens en jonge katten. De mijten veroorzaken een ontstekingsreactie in het oor. Katten met oormijt hebben  jeuk aan de oren, schudden met de kop en de oren kunnen soms ook pijnlijk zijn. Het is een zeer besmettelijke aandoening en kan via direct contact met andere katten worden doorgegeven.

Met een otoscoop kijkt de dierenarts in de oren van uw kat. Soms kunnen we de mijten al zien als bewegende witte stipjes. Indien dit niet het geval is, wordt er een staaltje van de oren genomen en kijken we onder de microscoop of er mijten zijn. Het is belangrijk om uw kat herhaaldelijk goed te behandelen tegen oormijt, zodat alle mijten gedood worden.

Demodex

Schilfermijt

Cheyletiella of schilfermijt komt het meest voor bij kittens en jonge katten. De mijten lijken op gele schilfers en ze zijn voornamelijk op de rug van uw kat te zien. Het is een zeer besmettelijke aandoening en geeft vaak  jeuk.

Uw dierenarts kan de mijt onder de microscoop aantonen met behulp van een tapestrip en/ of stofmonster.

Indien uw kat cheyletiella heeft, moet uw kat en daarnaast alle in contact-dieren behandeld worden. Ook de omgeving moet gereinigd worden om herbesmetting te vermijden.

Schimmel

Schimmel

Katten kunnen een schimmelinfectie/ dermatofytose krijgen door in contact te komen met katten die een schimmelinfectie hebben. Ook kunnen ze besmet worden door een besmette omgeving. Schimmelsporen zijn zeer resistent in de omgeving en kunnen tot 2 jaar overleven.

Schimmel tast de haren en de nagels aan. Katten met schimmel kunnen verschillende  huidklachten hebben. Kaalheid op één of meerdere plekken, korsten, roodheid of verdikking van de huid. Katten hebben, in tegenstelling tot honden, vaak weinig jeuk.

Uw dierenarts kan schimmel soms herkennen onder een microscoop (als ze in voldoende mate aanwezig zijn), of met behulp van een Woodse lamp (geeft soms vals negatieve en vals positieve resultaten). De meest gebruikte diagnostische test is een schimmelcultuur. Hierbij worden enkele haren en schilfers van uw kat op kweek gezet. Dit wordt bij ons intern in de dierenkliniek gedaan en hoeft niet naar het laboratorium opgestuurd te worden.

Indien uw kat inderdaad een schimmelinfectie heeft, is het belangrijk om uw kat en alle in contact dieren intensief te behandelen door middel van medicatie in de bek en/ of shampoo. Ook de omgeving moet grondig gereinigd worden.

Ontstekingen van de huid

Ontstekingen van de huid

Ontstekingen van de huid zijn vaak veroorzaakt door een bacterie. Vaak speelt er bij een bacteriële huidinfectie een onderliggend probleem mee.

Onderliggende oorzaken voor het ontstaan van een huidinfectie:

  • Parasieten:

Vlooien, mijten, luizen, etc.

  • Allergie:

Katten kunnen allergisch zijn voor vlooien, voeding, omgevingsallergenen zoals bijvoorbeeld huisstofmijt en/ of pollen.

  • Vochtigheid en warmte
  • Droge huid
  • Hormonale problemen
  • Immunosuppressieve aandoeningen:

Dit zijn aandoeningen waarbij de weerstand vaak onderdrukt wordt.

Symptomen die we kunnen zien bij een huidinfectie:

  • Rode huid
  • Korsten of schilfers op de huid
  • Vochtige/ natte plekken op de huid
  • Vaak stinkt de huid
  • Soms zijn er een soort van puistjes met etter aanwezig
  • Jeuk

Heel soms kan een onbehandelde huidinfectie leiden tot koorts en algemeen ziek zijn.

Na algemeen onderzoek en een dermatologisch onderzoek (dit is het onderzoek van de huid en haren) kunnen we wat staaltjes nemen van de huid en haren. Onder de microscoop bekijken we welke bacteriën aanwezig zijn om zo een juiste antibioticumbehandeling te kunnen geven. Wanneer de huidproblemen niet onder controle te krijgen zijn ondanks therapie voor de infectie zelf en eventuele onderliggende oorzaken, kan er een biopt van de huid genomen worden. Dit biopt zal opgestuurd worden naar het laboratorium ter onderzoek. Afhankelijk van deze uitslag zullen we dan de behandeling aanpassen.

Allergie

Net zoals bij mensen kunnen katten ook last van een allergie hebben. Ze worden niet allergisch geboren maar ontwikkelen deze vaak in hun eerste levensjaren. Het is soms moeilijk te achterhalen waarvoor uw kat allergisch is. Door middel van een goed besproken stappenplan kan uw dierenarts een diagnose stellen.

Over het algemeen kunnen allergische aandoeningen opgesplitst worden in drie groepen:

Vlooienallergie

Dit zijn katten die overgevoelig reageren op vlooienbeten. Ze krijgen heftige jeuk en huidreacties door de aanwezigheid van vlooien. Zo kunnen er over het hele lichaam korstjes en kale plekken ontstaan. Katten met een vlooienallergie wassen zich vaak continu en likken zo veel vlooien op. Dit is dan ook één van de redenen waarom we bij katten met een vlooienallergie vaak juist weinig vlooien zien. Het belangrijk om deze katten 3 tot 4 wekelijks zeer strikt te ontvlooien met een goed en snelwerkend ontvlooiingsmiddel.

Voedingsallergie

Dit zijn katten die overgevoelig reageren op een bepaald eiwit uit de voeding. Naast huidklachten kunnen ze soms ook last hebben van maagdarmklachten. Na uitsluiten van parasitaire en/of bacteriële infecties, kunnen we uw kat andere voeding geven. De meeste katten zijn allergisch aan een bepaalde eiwitbron. Door hypoallergene voeding te geven (dit is een commerciële voeding waarvan de eiwitten gesplitst zijn in hele kleine deeltjes zodat de kat hier minder tot niet op kan reageren) kunnen we testen of uw kat last heeft van een voedingsallergie. U kunt ook zelf gaan koken voor uw kat. Dan krijgt u van ons een brief met uitleg over het zelfkookdieet mee. Deze voedingstest dient 6 tot 8 weken strikt aangehouden te worden. Dit wil zeggen dat uw kat ALLEEN dit dieet mag krijgen met niets anders erbij. Indien uw kat één keer een klein stukje kaas, boterham of snoepje krijgt gedurende deze test, kan hij of zij alweer jeuk krijgen en moeten we opnieuw beginnen om een betrouwbare test te doen.

 

Omgevingsallergie

Dit zijn katten die overgevoelig reageren op bepaalde omgevingsallergenen, zoals bijvoorbeeld pollen, grassen, huisstofmijt, etc. Soms zien we dat deze katten seizoensgebonden huidklachten vertonen. Uw dierenarts kan een bloedtest of huidtest doen om te testen op welke allergenen uw kat reageert. Aan de hand van deze uitslag kan een therapie door middel van injecties worden opgesteld. Door middel van deze injecties proberen we uw kat ongevoeliger te maken voor zijn of haar allergie. Deze injecties worden op bepaalde tijdstipppen aan uw kat gegeven. Na 1 jaar kunnen we kijken of de therapie heeft geholpen. Indien wel, is het advies om dit levenslang te geven. Indien niet, dan kunnen we kijken of er andere medicatie is.

 

Belangrijk om te weten is dat katten met een allergie nooit genezen! De katten hebben levenslang last van huidklachten, maar onder begeleiding kunnen we ervoor zorgen dat uw kat een  comfortabel leven kan leiden met zo min mogelijk jeuk.

 

Eosinofiel granuloom complex

Eosinofiel granuloom complex

Een eosinofiel granuloom complex is een ontsteking die zich bij katten kan voordoen ter hoogte van de huid, de kin en/of lippen, de mondholte en de slijmvliezen.

Een eosinofiel granuloom complex bestaat uit drie verschillende letsels:

  • Indolent ulcer:

Dit zijn goed afgelijnde zweren die zich langs één of twee kanten van de bovenlip presenteren.

  • Eosinofiele plaque:

Dit zijn goed afgelijnde, kale en verheven letsels die er vochtig, ontstoken uitzien. Deze zijn meestal terug te vinden op de borst, de buik of de binnenkant van de achterpoten.

  • Eosinofiel granuloom:

Dit zijn goed afgelijnde, verheven letsels die er roze tot gelig uitzien en die je op de achterkant van de achterpoten en typisch ook in de mondholte terugvindt.

Deze drie letsels kunnen afzonderlijk of samen voorkomen. De aandoening ontstaat vermoedelijk ten gevolge van een allergie, bijvoorbeeld een vlooienallergie, voedingsallergie of een omgevingsallergie.

Naast het klinisch en dermatologisch onderzoek nemen we een staaltje van de huid dat we onder de microscoop beoordelen. Zo kunnen we een waarschijnlijkheidsdiagnose stellen van een eosinofiel granuloom complex. Voor een definitieve diagnose nemen we een biopt van de huid en laten we het weefsel onderzoeken.

Om de aandoening te behandelen moeten we een eventueel onderliggende allergie aanpakken. Indien we dit niet doen, kunnen de letsels terugkomen. De letsels zelf worden met immunosuppressieve medicijnen behandeld.