Algemeen klinisch onderzoek

De dierenarts kan allereerst al veel te weten komen door enkel en alleen naar uw huisdier te kijken. Het gedrag van uw hond of kat kan bijvoorbeeld al een indruk geven over de algemene gezondheid van uw huisdier (is uw huisdier alert, aanspreekbaar, sloom, angstig).

Indien u als eigenaar met uw hond of kat op consult komt, luistert de dierenarts naar uw bevindingen over de gezondheidstoestand van uw hond of kat (dit noemt men de ‘anamnese’). Daarna wordt er door de dierenarts een algemeen klinisch onderzoek uitgevoerd om in te schatten hoe gezond (of ziek) uw huisdier is.

De anamnese en het algemeen klinisch onderzoek vormen de basis van de diergeneeskunde.

Tijdens het klinisch onderzoek worden mondholte, tanden en slijmvliezen geïnspecteerd op kleur, tandsteen, afwijkingen etc. De oren worden met een otoscoop gecontroleerd en de vacht wordt gecheckt met een kammetje.
Het ademhalingsstelsel wordt gecontroleerd door te letten op de ademhaling en te luisteren naar de longen. Het circulatiestelsel, bestaande uit het hart en de bloedvaten, wordt onderzocht door o.a. te kijken naar de slijmvliezen, te voelen aan de pols en te luisteren naar het hart. Ook de lymfeknopen (‘klieren’) worden nagevoeld om te controleren of die niet vergroot zijn, en als het nodig is, zal ook de  temperatuur gemeten worden. Ook wordt er nog in de buik gevoeld of alles normaal is.

Dit algemeen onderzoek kan aangevuld worden met verder onderzoek, naargelang de klachten en de bevindingen. Zo kan de huid bijvoorbeeld nog verder onderzocht worden en kan een neurologisch of een orthopedisch onderzoek worden uitgevoerd.

 

Neurologisch onderzoek

Neurologisch onderzoek

Als uit de anamnese (uw verhaal) en het algemeen klinisch onderzoek blijkt dat er verder gekeken moet worden naar het zenuwstelsel, dan wordt er een neurologisch onderzoek gedaan.

Dit begint meestal met het controleren van het bewustzijn, de houding en de gang. Ook de kop en kopzenuwen worden systematisch getest (bv. pupil-, dreig- en ooglidreflexen, slikreflex,… ).

Daarna test de dierenarts de houdingsreacties. Hierbij wordt bijvoorbeeld het voetje ‘overkoot’ geplaatst en wordt gekeken of de patiënt dit terug in de normale positie terugzet (dit is het dubbeltreden) of wordt er gekeken hoe de patiënt (met hulp van de dierenarts) hinkelt, en zo zijn er nog wel een paar reacties, die we kunnen testen.
Bij het uitvoeren van de houdingsreacties wordt gecontroleerd of de informatie via de zenuwen tot in de hersenen wordt doorgegeven. Wanneer het voetje van uw huisdier fout geplaatst is, zal die informatie normaal worden doorgegeven aan de hersenen en zal het voetje in de juiste positie teruggeplaatst worden. Er wordt dus een groot deel van het zenuwstelsel geactiveerd bij het tot stand komen van deze reacties.

Vervolgens worden ook de  reflexen getest. Hierbij worden lokale reflexbanen gecontroleerd.
Denk maar aan de kniepees-reflex (die ook bij mensen wordt gedaan): door de slag op de kniepees wordt de poot gestrekt.

Ook het oppervlakkige en diepe pijngevoel wordt gecontroleerd. Ze kunnen van belang zijn voor het geven van een prognose bij bepaalde aandoeningen.

Aan de hand van dit neurologische onderzoek worden de bevindingen besproken en verder onderzoek of een behandelplan geadviseerd.

Orthopedisch onderzoek

Bij Dierenkliniek Breda kunnen we een uitgebreid onderzoek doen als uw hond kreupel loopt. Dit onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:

Eerst wordt er naar uw hond gekeken als hij loopt. Dit noemen we “monsteren”. Sommige honden zijn overduidelijk kreupel en steunen bijvoorbeeld helemaal niet meer op één poot. Bij andere honden is de kreupelheid subtieler. We laten de hond hier aan de riem naast de eigenaar lopen. Met goed weer kan dit buiten, maar bij slecht weer kunnen we eventueel de lange gang tussen de spreekkamers gebruiken. Het is belangrijk dat uw hond in het juiste tempo loopt, zeker als het om subtiele kreupelheden gaat. De hond mag naast u stappen of draven, zodra hij in galop gaat, kunnen we er eigenlijk niets meer over zeggen. Verder is het belangrijk dat de hond niet trekt aan de riem. Door het trekken veranderen ze namelijk hun lichaamshouding en zwaartepunt en is het niet goed te zien of de hond alle poten gelijkmatig belast. Als u twijfelt of uw hond in een vreemde omgeving wel netjes naast u wil lopen, dan helpt het ons als dierenarts als u in vertrouwde omgeving even een filmpje maakt van de kreupelheid. Ook bij honden die niet altijd kreupel lopen, maar bijvoorbeeld alleen nadat ze een tijdje in de mand hebben gelegen, helpt een filmpje van thuis.

Nadat we de hond bekeken hebben, gaan we over naar het lichamelijk onderzoek. Als we ervan uitgaan dat de hond kreupel loopt vanwege een  probleem aan het  skelet of de spieren, dan noemen we dit een orthopedisch onderzoek. Sommige honden zijn echter kreupel door zenuwproblemen, zoals bij een verlamming. Het onderzoek zal dan worden toegespitst op het zenuwstelsel en heet dan neurologisch onderzoek. Er bestaan ook een aantal zeldzame ziektes die iets te maken hebben met bepaalde hormonen of stoffen, die niet of verkeerd worden aangemaakt. Deze ziektes kunnen soms ook kreupelheid veroorzaken. Het kan dan nodig zijn om bijkomende internistische onderzoeken te doen, bijvoorbeeld met behulp van een bloedonderzoek.

De meeste honden die kreupel zijn, zijn dat door een bot-, spier- of peesprobleem. Een orthopedisch onderzoek start met het bevoelen van de hond. Eerst wordt er gevoeld of er belangrijke verschillen zijn tussen links en rechts qua bespiering. Daarna wordt de kreupele poot systematisch onderzocht. Dit gebeurt meestal van onder naar boven, dus beginnende bij de voet en eindigend bij de heup. Vaak is op basis van dit onderzoek al een (vermoedelijke) diagnose te stellen. De  behandeling bestaat meestal uit een  combinatie van bewegingsadvies (bijvoorbeeld 2 weken alleen aan de riem uit laten, niet laten spelen, niet laten springen)  en medicatie. De medicijnen zijn er vooral op gericht om aanwezige ontstekingen en pijn te bestrijden. Soms kan ook voeding een rol spelen bij het herstel (denk bijvoorbeeld aan groeipijnen bij pups van grote rassen).

Als de diagnose niet gesteld kan worden met behulp van een lichamelijk onderzoek, dan worden er meestal  röntgenfoto’s gemaakt. Deze foto’s kunnen in Dierenkliniek Breda gemaakt worden en de uitslag wordt meteen met u besproken. Afhankelijk van wat er op de foto’s te zien is, wordt er een behandelplan opgesteld. Het  kan zijn dat medicijnen en bewegingsadvies worden voorgeschreven. Het  kan ook zijn dat de aandoening ernstiger is en dat er  geopereerd moet worden. Er worden verschillende orthopedische operaties in onze kliniek  uitgevoerd  dus u hoeft daarvoor meestal niet te worden doorgestuurd.